Van aandeel tot zwarte maandag: het grote ABC der beleggers

abc der beleggers - van aandeel tot zwarte maandagAandeel

Een aandeel is een bewijs van deelneming in het eigen vermogen van een onderneming. Een aandeelhouder is daardoor mede-eigenaar van de onderneming voor het percentage aandelen dat hij bezit. In ruil daarvoor heeft de aandeelhouder recht op een deel van de winst, het zogeheten dividend. Aan een aandeel is gewoonlijk stemrecht verbonden dat men tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) kan uitoefenen. Door uitgifte van aandelen kan een onderneming risicodragend kapitaal aantrekken om te investeren in uitbreiding, vernieuwing, overnames, et cetera. Het met de uitgifte van aandelen aangetrokken kapitaal beschouwt men als eigen vermogen. Diverse factoren bepalen de waarde of koers van een aandeel. Hiertoe behoren vraag en aanbod (bij beursgenoteerde aandelen), en nationale en internationale economische- en bedrijfsmatige ontwikkelingen.

Bel-20

Door Euronext onderhouden en berekende beursgraadmeter van de lokale Belgische effectenmarkt. De Bel-20 is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 20 meest verhandelde Belgische ondernemingen die staan genoteerd op de effectenbeurs van Euronext. De effectieve aandelenomzet is bepalend voor opname van een effect in de Bel-20. De Bel-20 kent jaarlijks een herweging.

Call-optie

Een verhandelbaar recht om op een bepaald moment in de toekomst een afgesproken hoeveelheid onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs.

Dividend

Een winstuitkering in de vorm van geld (cashdividend) of aandelen (stockdividend) aan de houder van een aandeel. De hoogte van de dividenduitkering is doorgaans gerelateerd aan de hoogte van de behaalde winst.

Effectenbeurs

Een centrale, gereguleerde marktplaats voor de verhandeling van aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en dergelijke. In Nederland, Belgié, Portugal en Frankrijk is de marktplaats voor deze producten de cashmarkt van Euronext. Op de derivatenmarkt vindt de verhandeling plaats van hiervan afgeleide producten (of derivaten) zoals opties en futures.

Future

Engelse naam voor een termijncontract. Anders dan bij opties hebben bij futures zowel de koper als de verkoper een verplichting en is er geen premiebetaling.
Good Till Cancelled (GTC) order: Een doorlopende order. De opgegeven order blijft geldig tot moment van uitvoering of annulering door de opdrachtgever en bij derivaten ook tot het moment van expiratie van de desbetreffende serie.

Hedge ratio

De verandering van de optiepremie gedeeld door de verandering van de koers van de onderliggende waarde. De hedge ratio geeft aan in welke mate de optieprijs verandert bij een koersverandering van de onderliggende waarde. Bedraagt de hedge ratio van een calloptie 0.80 en de koers van de onderliggende waarde stijgt met € 0,50, dan verandert de prijs van de calloptie met € 0,40 (0,80 x € 0,50 = € 0,40). De delta van een optie is de contractgrootte (meestal 100) x de hedge ratio.

Index

Een index (meervouden: indices en indexen) geeft koersverloop weer van een voor een bepaalde beurs of sector representatieve groep effecten. Zo een groep noemt men ook wel een mandje.

Joint venture

Samenwerkingsverband tussen twee of meer ondernemingen. De samenwerking kan zowel eenmalig als langdurig zijn.

Keuzedividend

Een dividenduitkering waarbij de ontvanger kan kiezen tussen een uitkering in geld (cashdividend) of in aandelen (stockdividend).

Liquide markt

Een markt met een hoge omzet. In een liquide markt kan men aan- en verkooporders uitvoeren zonder grote invloed op de prijs. Een belegger heeft belang bij een zo liquide mogelijke markt.

Marktorder (MKT)

Een order om zo snel mogelijk effecten te kopen of te verkopen zonder een prijslimiet, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of zonder minimumprijs voor een verkooporder. Een marktorder (MKT order) noemt men ook wel bestensorder.

Nikkei-index

De door de financié le krant Nihon Keizai Shimbun ontwikkelde en berekende graadmeter van de Japanse effectenmarkt. De Nikkei Stock Average-index is samengesteld uit de 225 meest actieve effecten van de effectenbeurs van Tokio. De Nikkei-index ziet men als de belangrijkste Aziatische beursbarometer.

Obligatie

Een effect in de vorm van een schuldbewijs. Door uitgifte van een obligatie kan de uitgevende instelling vreemd vermogen aantrekken voor bijvoorbeeld investeringen. Een obligatie geeft recht op (meestal) een vaste rente en op terugbetaling van de hoofdsom aan het einde van de looptijd. Obligaties kennen geen stemrecht en geven ook geen eigendomsrecht in de uitgevende instelling. Uitgevers van obligaties zijn ondernemingen, publieke instellingen en landelijke- en lokale overheden.

Pariteit

Een optie noteert pariteit als de uitoefenprijs plus de premie van een optie gelijk zijn aan de koers van de onderliggende waarde. Een calloptie met uitoefenprijs van € 25 en een premie van € 2,50 noteert pariteit als de onderliggende waarde € 27,50 noteert.

Quote

Een uitgevende instelling of een obligatielening kan een rating krijgen van een zogeheten ´credit rating agency´ zoals Moody´s, Duff & Phelp´s of Standard´s & Poor. Een rating is te beschouwen als een kwaliteitskeurmerk. Ratings drukt men uit in een combinatie van letters en cijfers. Een Triple A (´AAA´) rating is de hoogst mogelijke. Hoe hoger de rating, hoe lager het kredietrisico voor de belegger.

Rendement

De winst behaald op geïnvesteerd vermogen. Als een belegger € 100 rente ontvangt over een tegoed van € 1000, dan bedraagt het rendement op zijn belegging 10%.

Spread

Het verschil tussen de bied- en laatprijs. Als de markt € 22,50 biedt en € 23 laat, dan is de spread dus € 0,50. Een bepaald type combinatieorders die zijn uit te voeren op een optiebeurs. Een spread bestaat uit twee poten of legs: een long-positie gecombineerd met een short-positie. Met spreads kan de belegger profiteren van een bepaalde trend in de markt en tegelijk het risico beperken.

Tracker

Een tracker, een soort beleggingsfonds, volgt nauwkeurig de koersontwikkeling van de index. Een tracker keert dividend uit. Voor een belegger heeft het beleggen in een tracker duidelijke voordelen boven het beleggen in alle losse componenten die tezamen de index vormen. Er zijn onder andere trackers op de AEX-index, de CAC40, de S&P 500 en de Dow Jones Euro STOXX 50.

Uitoefenprijs

De prijs waartegen de koper van een calloptie de onderliggende waarde kan aanschaffen, of waartegen de koper van een putoptie de onderliggende waarde kan verkopen. Men noemt de uitoefenprijs ook wel strike price.

Volatility

Engels voor beweeglijkheid of volatiliteit. Het begrip volatility duidt de beweeglijkheid van de koers van een effect aan. Een hoge volatility betekent dat de koers van een effect sterk stijgt en daalt binnen een relatief korte periode. Volatility is mede een indicator voor het risico dat een belegger loopt met een bepaald effect. Volatility is een belangrijke factor bij de waardebepaling van een optie.

Wet toezicht effectenverkeer 1995

In deze wet is het toezicht op de effectenhandel in Nederland vastgelegd. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) oefent dit toezicht uit. De AFM is door de Minister van Financien aangewezen als toezichthouder voor de effectenhandel.

Zwarte Maandag

Oftewel Black Monday is een begrip in de beurswereld en verwijst naar de zware, mondiale koersval op aandelenmarkten die plaatsvond op maandag 21 oktober 1987.

This entry was posted in Online beleggen and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Reacties zijn gesloten.