Dat de beurs rijk is aan een overvloedig aantal begrippen, dat staat als een paal boven water. In een vorig blogartikel stelden we reeds het grote ABC der beleggers voor. Nu het is tijd voor een tweede editie, met nóg meer interessante beurs vocabulaire. Lees hier alles over over dagorders, hefboomwerking of een plain vanilla optie.
Aandeeloptie
Een verhandelbaar recht tot het kopen of verkopen van een pakket aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs tot een bepaald moment in de toekomst.
Bestensorder
Een order om effecten te kopen of te verkopen zonder limiet, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of zonder minimumprijs voor een verkooporder. Een bestensorder heet ook wel marktorder.
Call-putratio
De verhouding tussen het aantal verhandelde call- en putopties. De call-putratio kan een aanwijzing geven van de kortetermijnverwachting van optiebeleggers. De call-putratio op een bepaalde dag is bijvoorbeeld 1.56, dit betekent dat er ruim 50% meer callopties dan putopties zijn verhandeld.
Dagorder (DAY)
Een gelimiteerde order die uitsluitend gedurende de dag van opgave is uit te voeren. Niet uitgevoerde orders vervallen automatisch bij het sluiten van de handel.
FTSE 100 index
De door de toonaangevende Britse zakenkrant The Financial Times ontwikkelde index van de 100 meest actieve aandelen genoteerd op de London Stock Exchange. FTSE International in Londen berekent en onderhoudt de FTSE 100 index.
Gedekt schrijven
Het schrijven van callopties terwijl men de onderliggende waarde bezit (en houdt). Hierdoor is het risico voor de schrijver beperkt.
Hefboomwerking
De mogelijke winst op een optie of een future kan procentueel hoger zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde. Dit, omdat bij een geringere investering de winstkansen gelijk zijn. Dit effect noemt men de hefboomwerking. Een voorbeeld: een aandeel is € 50 waard en stijgt binnen enkele weken naar een koers van € 60, in percentages uitgedrukt is dat 20%. Als de belegger een calloptie had gekocht, dan had hij bijvoorbeeld € 2 aan premie moeten betalen bij een koers van € 50. Het aandeel stijgt naar € 60 en de calloptie noteert € 11. Bij verkoop van de calloptie is de opbrengst € 9 (€ 11 – € 2 = € 9). Uitgedrukt in percentages is dat een stijging van 450%.
Illiquide markt
Een markt waarin het lastig is om een order snel, tegen een goede prijs en zonder noemenswaardige prijseffecten uit te voeren noemt men illiquide. In een illiquide markt is weinig tot geen balans tussen vraag en aanbod, of er is zelfs helemaal geen sprake van vraag en/of aanbod. Een illiquide markt is ongunstig voor een belegger omdat het moeilijk is om een order tegen een gunstige prijs uit te voeren. Hoe meer liquiditeit er is in een markt, hoe beter dat is voor de belegger.
Koers
De waarde van een effect op een bepaald moment. Koersen van effecten zijn variabel.
Limietorder (LMT)
Een effectenorder met een door de opdrachtgever bepaalde maximumkoopprijs of minimumverkoopprijs. Een gelimiteerde order (LMT order) mag men uitsluitend uitvoeren tegen de opgegeven limiet (of beter).
Margin
Beleggers die putopties en/of ongedekte callopties schrijven moeten voldoen aan de dekkingseisen (margin) die zijn bank/broker heeft vastgesteld. Door het storten van een waarborgsom in geld of in de onderliggende waarde kan men aan de dekkingseis voldoen.
Out-of-the-money-optie
Een optie zonder intrinsieke waarde noemt men out-of-the-money. Een calloptie is out-of-the-money wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Een putoptie is out-ofthe- money als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. De premie van een out-of-the-money optie bestaat alleen uit tijd- en verwachtingswaarde.
Plain-vanilla
Letterlijk: gewoon vanille. Een Amerikaans-Engelse uitdrukking voor de meest simpele variant van een (beleggings)product. Net zoals een plain vanilla ijsje een heel gewoon ijsje is, zo is bijvoorbeeld een plain vanilla optie een standaard call- of putoptie.
Reversal
Een omgekeerde conversie. Een optiestrategie waarbij een relatief geringe winst is gekoppeld aan het afwezig zijn van enig risico. Deze strategie is vrijwel uitsluitend interessant voor professionele handelaren.
Scalpen
In een kort tijdsbestek een koop en een verkoop doen in hetzelfde product. Op deze manier beoogt men een, doorgaans, kleine winst te behalen. Scalpen is een veel toegepaste techniek door daghandelaren.
Tussentijds uitoefenen
Het uitoefenen van een optierecht voordat de optie afloopt. Alleen opties Amerikaanse stijl kan men tussentijds uitoefenen. Tussentijds uitoefenen kan interessant zijn voor callopties vlak voordat het onderliggende aandeel ex-dividend gaat.
Uitgifteprijs
De prijs waartegen men nieuw te introduceren aandelen verkoopt aan de beleggers die op de emissie hebben ingeschreven.
Valutaoptie
Het risico dat kan ontstaan bij grensoverschrijdend beleggen doordat de verschillende, lokale munteenheden ten opzichte van elkaar stijgen of dalen. Als een Nederlandse belegger aandelen koopt op de beurs van New York en de dollar daalt fors, dan kan daardoor een deel van de eventuele behaalde winst verdampen of zelfs omslaan in verlies.
Warrant
Een effect dat gedurende een bepaalde periode het recht geeft een bepaald aantal aandelen tegen een bepaalde, vastgestelde koers te verwerven. We moeten een onderscheid maken in een klassieke warrant en een covered warrant of gedekte warrant. Bij de klassieke warrant is de genoteerde onderneming de uitgevende instelling. Als de koper van een klassieke warrant zijn recht uitoefent en de aandelen wil hebben, dan komen er nieuwe aandelen op de markt. Er komen dus meer aandelen van de onderneming in omloop. Dit leidt tot winstverwatering omdat meer aandeelhouders de winst moeten delen. Van klassieke warrants bestaan alleen calls. Covered warrants lijken enigszins op opties maar kennen een andere uitgevende instelling: banken. Ook zijn de contractspecificaties niet gestandaardiseerd zoals bij opties wel het geval is. Een belegger kan niet short gaan in warrants, alleen de uitgevende instelling neemt met de uitgifte van de warrants een short positie in. Warrants hebben vaak betrekking op een index of een economische sector, bijvoorbeeld technologie. Settlement van warrants kan plaatsvinden via contante afrekening (cash settlement) of via fysieke levering van de onderliggende waarde. In tegenstelling tot bij de klassieke warrant bestaan er bij de covered warrants ook putwarrants. De verkregen aandelen bij een covered warrant stammen uit het bestaande aandelenpakket en er vindt dan ook geen winstverwatering plaats.
Zero bond
Een obligatie waar geen coupons aanzitten.

