Kwantitatieve versoepeling: wat is het?

Kwantitatieve versoepeling of kwantitatieve geldverruiming is een begrip in de economie waarbij centrale banken lenen en investeringen opnieuw proberen aan te moedigen. Na de economische crisis hanteerde het merendeel van de centrale banken deze strategie. Sommige centrale banken, bijvoorbeeld de Centrale Bank van Japan, begonnen zelfs met kwantitatieve versoepeling alvorens de recessie begon.

Wie regelmatig naar het nieuws luistert, zal de term hier en daar al hebben horen vallen. Toch is het niet altijd duidelijk wat de term precies inhoudt en waarvoor het gebruikt wordt. Nochtans heeft het een invloed op alles wat de beurs betreft.

Wat is kwantitatieve versoepeling precies en wanneer wordt het gebruikt? U komt het in dit artikel te weten.

Wat u hier te weten komt over kwantitatieve versoepeling:

  • Kwantitatieve versoepeling: wat is het?
  • Centrale bank betekenis
  • Wat voorafgaat aan kwantitatieve versoepeling
  • Kwantitatieve versoepeling: voor- en nadelen
  • Voorbeelden van kwantitatieve versoepeling

ECB kwantitatieve versoepeling

Wat is kwantitatieve versoepeling?

Kwantitatieve versoepeling, of Quantitative Easing, is een onconventionele monetaire politiek waar een centrale bank overheidseffecten koopt van de markt om de geldhoeveelheid te doen stijgen. Het is een andere manier om de geldhoeveelheid te vergroten. Daarmee oogt de centrale bank om lenen en investeren aan te moedigen. Deze strategie wordt gebruikt in periodes waar de economie sputtert en niet snel genoeg groeit.

Centrale banken realiseerden vroeger geldcreatie door letterlijk geld bij te printen. Nu wordt dat gedaan door op grote schaal staatsobligaties, hypotheekobligaties en andere obligaties op te kopen. Op deze wijze verkrijgen banken liquiditeiten. De achterliggende gedachte is dat interestvoeten dalen en er zo meer geld ter beschikking is voor leningen. Zo kunnen bedrijven en consumenten meer geld in de economie pompen. Daarnaast wordt ook het aangaan van leningen gestimuleerd door de rente laag te houden.

Centrale bank kwantitatieve versoepeling

Toch is kwantitatieve versoepeling niet steeds de beste oplossing. Bij sommige economieën die experimenteerden met kwantitatieve versoepeling ging het zelfs deels tot volledig fout. De voor- en de nadelen lijsten we verder in dit artikel op.

Centrale bank betekenis

Een centrale bank is een financiële instelling die controle heeft over de productie en distributie van geld en krediet. Dit kan voor een of meerdere landen. De Europese Centrale Bank is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de Europese landen. Centrale banken zijn verantwoordelijk voor het monetaire beleid en regulering.

Door middel van bijvoorbeeld kwantitatieve versoepeling zorgt het ervoor dat een land zijn economie op niveau blijft. Ook het rentebeleid wordt uitgestippeld en bepaald door centrale banken waardoor ze een grote invloed hebben op financiële instellingen maar ook op ondernemingen en burgers.

De meeste centrale banken zijn geen overheidsinstanties waardoor ze politiek onafhankelijk handelen. Toch is het belangrijk om hier een kanttekening bij te maken. Zo heeft president Trump bijvoorbeeld een enorme druk uitgeoefend op de Federal Reserve waardoor ze gezwicht zijn en hun rente hebben verlaagd. De vraag rijst dan of centrale banken effectief zo onafhankelijk zijn van de politiek.

Het eerste prototype voor een moderne centrale bank waren de Bank of England en de Zweedse Riksbank, daterende uit de 17e eeuw. De grootste hedendaagse centrale banken zijn de Federal Reserve in de VS, de ECB in Europa en de Bank of England in het Verenigd Koninkrijk.

Wat leidt tot kwantitatieve versoepeling

Economisten geloven er heilig in dat bij een vrije doorstroming van geld economische groei teweeggebracht wordt. Die stroming geschiedt tussen centrale banken en commerciële banken, commerciële banken en bedrijven, commerciële banken en burgers, maar ook tussen commerciële banken onderling. Het bruto binnenlands product is volgens economische literatuur gelijk aan het geldhoeveelheid maal de snelheid dat het door de economie gaat. Dus kortom: als er veel geld is en het gaat snel door de economie, dan groeit het bruto binnenlands product.

Op een gegeven moment stoppen burgers en bedrijven met geld te ontlenen en grote uitgaven te doen. Dat sparen heeft als direct effect dat de snelheid van het geld vertraagt. Centrale banken zullen in dat geval er alles aan doen om mensen aan te sporen weer geld uit te geven, de vraag is enkel hoe.

kwanittatieve versoepeling

In dat geval heeft een centrale bank twee opties. Ten eerste kan het de rente verlagen in de hoop burgers en bedrijven aan te zetten om meer te spenderen. Het grote probleem hierbij is dat ze niemand kunnen verplichten om geld uit te geven. Een andere interessante en onconventionele manier om mensen er toe aan te zetten om geld uit te geven is met behulp van helikoptergeld. Dat houdt in dat grote sommen geld worden gecreëerd en verdeeld onder de bevolking teneinde de economie te stimuleren.

Ten tweede kan de centrale bank opteren om op grote schaal effecten op te gaan opkopen, in de meeste gevallen spreken we over overheidsobligaties.

Kwantitatieve versoepeling: voor- en nadelen?

Voordelen

  • Meer kredieten: omdat de centrale banken door de koop van effecten de middelen van banken verhoogt, wordt zij aangemoedigd om meer kredieten te verschaffen.
  • Verhoogde kredietopnemingen: particulieren en ondernemers worden bij lagere rente gemotiveerd om nieuwe schulden op te nemen.
  • Meer uitgaven: de verbruikers zullen hun uitgaven vergroten omdat de kredietopnames meer geld genereren. Bij lage rente is het niet wenselijk om geld te gaan opsparen.
  • Jobcreatie: als ondernemers toegang hebben tot meer kapitaal en tegelijkertijd meer verkopen dan zijn ze verplicht om meer medewerkers aan te werven.

Op korte termijn helpt kwantitatieve versoepeling dus ook om de beurzen een nieuwe stimulans te geven. In het verleden heeft het zijn nut al meerdere keren bewezen en de strategie wordt nog steeds gehanteerd.

Nadelen

  • Inflatie: door middel van kwantitatieve versoepeling verhoogt de geldhoeveelheid drastisch, dat zorgt op zijn beurt voor inflatie. Meer geld en minder producten kan zorgen voor een sterke prijsverhoging. Indien hier geen controle over is, kan dat leiden tot hyperinflatie.
  • Geen dwangkrediet: commerciële banken zouden in principe het verkregen geld moeten besteden aan de uitgifte van kredieten. Er is echter geen enkele verplichting naar de banken toe om dat ook effectief te doen. Na de financiële crisis van 2008 bijvoorbeeld, hielden vele banken vast aan het vers verkregen vermogen in de plaats van het te verdelen.
  • Geen dwangopname: Zelfs als banken toch kredieten uitgeven, kan een particulier of bedrijf eveneens niet verplicht worden om een lening aan te gaan of meer geld uit te geven.
  • Meer schulden: het kredietvoordeel dat bedrijven en particulieren krijgen, resulteert in meer schulden. Op langere termijn kunnen diezelfde partijen betalingsproblemen krijgen, wat ernstige gevolgen met zich meebrengt.
  • Invloed op andere beleggingsinstrumenten: de rentemarkt reageert vaak negatief op instabiliteit en abrupte veranderingen. Het spreekt voor zich dat dit op andere financiële producten ook een invloed heeft.
  • Bubbles: van een zeepbel of “bubble” is er sprake als de prijs van een goed sterk daalt en beleggers eruit stappen. Dit kan zorgen voor een paniekeffect onder beleggers.

Vele specialisten maken zich zorgen dat kwantitatieve versoepeling enkel een tijdelijke oplossing is. Op langere termijn wordt de economie belast door grotere structurele problemen.

Voorbeelden van kwantitatieve versoepeling

Japan

Japan was historisch het eerste land om gebruik te maken van kwantitatieve versoepeling tussen 2001 en 2006. Gedurende die tijd kregen Japanse banken 35,5 miljard yen in de vorm van liquide injecties. De bank wou op lange termijn ook overheidsobligaties kopen.

Tussen 2002 en 2007 leek de economische groei teruggekeerd te zijn. Tevergeefs want net zoals de rest van de wereld stortte de economie in tijdens de economische crisis van 2008.  De Bank of Japan besliste in december 2010 om gedurende één jaar Japanse aandelen te kopen via ETF’s voor een maximum van één biljoen yen. Een jaar later besloot de BOJ dat bedrag naar boven te trekken naar een maximum van drie biljoen yen per jaar. In 2016 werd dat bedrag nog eens verdubbeld naar een duizelingwekkende zes biljoen yen. Volgens recente cijfers zou de Japanse Centrale Bank meer dan 80 procent van alle Japanse ETF’s in handen hebben.

Figuur 1: Totaal aandeel van de Japanse markt in handen van de Bank of Japan (Bron: BOJ, Investment Trusts Association)

Tegen midden 2020 wordt verwacht dat de centrale bank van Japan de grootste aandeelhouder zal zijn van Japanse aandelen, voor een bedrag van 40 biljoen yen. Dankzij het monetaire beleid van Japan worden de aandelenprijzen omhooggehouden. Dit kan nefaste gevolgen hebben wanneer de Bank van Japan zijn monetair beleid zou bijstellen.

Lees hier verder voor meer informatie over Japan en de Nikkei.

OMT programma ECB

In 2012 kondigde Mario Draghi, de toenmalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, aan dat het bereid was om obligaties van eurolanden in nood op te kopen. Het OMT programma ECB, of “Outright Monetary Transactions” had als doel om de euro te preserveren. Mario Draghi zei dan ook letterlijk “The ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro”.

Beleggers eisen een hogere rente als ze wantrouwig worden over risicolanden. In der tijd was dat het geval in onder andere Italië, Spanje en Griekenland. Vooraleer dat de rente nog verder stijgt dient een centrale bank in te grijpen. In ruil voor het opkopen van de obligaties gaat het land een verbintenis aan om zijn staatsschulden af te bouwen. Het inkoopprogramma wordt stopgezet bij niet-nakoming van de afspraak.

Kwantitatieve versoepeling en de Brexit

Sinds het begin van de financiële crisis heeft de onconventionele monetaire stimulus van het Verenigd Koninkrijk verschillende fases gekend. In de eerste plaats was er de kwantitatieve versoepeling tussen 2009 en 2012 met als bedoeling om de recessie af te houden. De Bank of England reageerde en verlaagde de rente van 5,75 procent naar 0,5 procent.

Figuur 2: Rentebeleid Verenigd Koninkrijk (Bron: tradingeconomics.com)

Omdat de Brexit negatieve economische gevolgen met zich zou kunnen meebrengen, verlaagde de Bank of England midden 2016 de rente naar een recordlaagte van 0,25 procent. Het originele plan was om 60 miljard pond aan overheidsobligaties te kopen, met als doel om de rente laag te en zo investeringen te stimuleren. Momenteel staat de rente weer op 0,75 procent, maar het is perfect mogelijk dat de Bank of England die later verlaagt.

Wenst u meer informatie over rentetarieven van centrale banken? Lees dan hier verder.

Zelf beleggen bij LYNX?

Uiteraard is het via het LYNX Handelsplatform mogelijk om zelf te beleggen. LYNX geeft u de mogelijkheid om aandelen van bijna ieder beursgenoteerd bedrijf ter wereld te kopen of te verkopen. U heeft toegang tot ruim 100 beurzen in meer dan 25 landen. Bekijk ons uitgebreide aanbod:

ECB uitgelicht

Editorial credit: Yavuz Meyveci / Shutterstock.com

Jules Lagay

Jules Lagay

Content Writer

Jules Lagay is student Financie- en Verzekeringswezen aan de Hogeschool Gent. Na verschillende financiële vakken zoals portefeuillebeheer was hij gebeten door de beurs. De kers op de taart was een bezoek aan het Mekka van de financiële wereld: Londen. Zijn columns zijn te lezen op het LYNX Kennisportaal.