Skip to main content
BFX
CAC40
EOE
SX5E
SPX
NDX
INDU
EUR.USD
TSLA
AAPL
AMZN
MSFT
Select platform

ETF kosten uitgelegd: waarom TER niet het hele verhaal vertelt

Door Sven van Gasse

20-02-2026

Geschatte leestijd: 5 minutes

etf beleggen
Veel beleggers kiezen een ETF op basis van de laagste kosten. Daarbij wordt vaak alleen naar de Total Expense Ratio (TER) gekeken. Maar die vertelt niet het hele verhaal over het uiteindelijke rendement.

Vooral bij langetermijnbeleggingen kan een klein verschil in kosten een groot effect hebben door het rente-op-rente-effect. In dit artikel duiken we in de totale kostenstructuur van ETF’s.

Bent u op zoek naar een broker om in aandelen of ETF’s te beleggen, klik dan hier.
Inhoud

ETF kosten uitgelegd

Hoewel de TER een belangrijk kostenkenmerk is, zegt deze niet alles over hoe goed een ETF zijn index volgt. Factoren zoals tracking difference, replicatiemethode en inkomsten uit securities lending kunnen ervoor zorgen dat een ETF met hogere kosten uiteindelijk beter presteert dan een goedkoper alternatief. In dit artikel leggen we uit waar u als belegger écht op moet letten.

Wat is de TER?

De Total Expense Ratio (TER) is een belangrijke maatstaf voor beleggers die investeren in ETF’s. De TER geeft namelijk aan hoeveel kosten je jaarlijks betaalt voor het beheer en de administratie van een fonds, uitgedrukt als percentage van het totale belegde vermogen. Het is daarmee een directe indicatie van hoe duur een ETF is om aan te houden.

In de TER zijn onder andere beheervergoedingen, administratiekosten en overige operationele kosten opgenomen. Deze kosten worden niet apart van uw rekening afgeschreven, maar dagelijks verwerkt in de koers van het effect. U ziet ze dus niet expliciet terug, maar ze drukken wel het rendement.

Een lagere TER betekent doorgaans dat u meer van het bruto rendement overhoudt. Zeker bij langetermijnbeleggingen kan een klein kostenverschil door het rente-op-rente-effect een grote impact hebben. Bijvoorbeeld: een verschil van 0,20% per jaar lijkt minimaal, maar kan over tientallen jaren duizenden euro’s verschil opleveren. Toch is de TER slechts één onderdeel van het totale plaatje.

Tracking difference vs tracking error

De tracking error en tracking difference zijn twee belangrijke kenmerken bij het beleggen via ETF’s. Om deze reden leggen we de twee begrippen kort uit.

De tracking difference is het daadwerkelijke verschil in rendement tussen een ETF en de index die het effect probeert te volgen, over een bepaalde periode. Als een index 8% stijgt en de ETF 7,7% rendement behaalt, dan is de tracking difference –0,3%. De TER speelt hier een directe rol: kosten drukken namelijk het rendement, waardoor de ETF meestal iets achterblijft op de index. Kosten zoals de TER spelen hierin een rol, maar ook factoren als dividendbelasting, securities lending en optimalisatietechnieken kunnen dit verschil beïnvloeden.

De tracking error meet iets anders, namelijk de volatiliteit van dat verschil. Het geeft aan hoe consistent een ETF de index volgt. Een lage tracking error betekent dat het effect stabiel dicht bij de indexrendementen blijft, terwijl een hoge tracking error wijst op grotere en minder voorspelbare afwijkingen.

Securities lending

Veel ETF-aanbieders passen securities lending toe om extra inkomsten te genereren. Hierbij worden effecten uit de portefeuille tijdelijk uitgeleend aan andere marktpartijen, in ruil voor een vergoeding. Deze opbrengsten komen vaak (gedeeltelijk) ten goede aan de beleggers in het effect.

Het principe is relatief eenvoudig. Een partij wil bijvoorbeeld aandelen lenen om short te gaan of om aan leveringsverplichtingen te voldoen. De ETF stelt deze effecten beschikbaar tegen onderpand (collateral), meestal in de vorm van cash of hoogwaardige obligaties, plus een vergoeding. Omdat het effect extra inkomsten ontvangt bovenop het normale rendement van de onderliggende index, kan dit de tracking difference verbeteren — soms zelfs voldoende om (een deel van) de kosten te compenseren.

Hier ontstaat ook de link met de Total Expense Ratio (TER). Een ETF met een iets hogere TER kan toch aantrekkelijk zijn wanneer het effect actief securities lending toepast en de opbrengsten grotendeels terugvloeien naar beleggers. In dat geval kan het netto rendement vergelijkbaar of zelfs beter zijn dan bij een goedkopere ETF zonder deze extra inkomstenbron. Het is dus belangrijk om niet alleen naar de TER te kijken, maar ook naar de historische tracking difference.

Er zijn wel risico’s, zoals tegenpartijrisico bij de lener van de effecten, maar deze worden meestal beperkt door onderpand en risicobeheermaatregelen. Voor beleggers kan securities lending daarom een verborgen, maar waardevolle bron van extra rendement zijn binnen ETF-beleggingen.

Tip
Automatische aandelenanalyse in LYNX+

LYNX+ maakt automatische aandelenanalyses voor de effecten die u interessant vindt. De webtrader geeft informatie over het verhandelde volume of de prestaties van een effect over een bepaalde periode.

  • Berekening van korte- en langetermijntrends op basis van kerncijfers
  • Automatische herkenning van technische koerspatronen en steun- en weerstandsniveaus
  • Vergelijk aandelen met een benchmark

Lage TER, altijd de beste keuze?

Een lage TER lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk, maar garandeert geen beter rendement. De manier waarop een ETF zijn index volgt, speelt een minstens zo grote rol. Verschillende replicatiemethoden kunnen leiden tot verschillen in efficiëntie en kosten. In de praktijk kan een ETF met een hogere TER soms zelfs betere resultaten behalen dan een goedkoper alternatief.

Effecten gebruiken verschillende replicatiemethoden, zoals volledige replicatie, sampling of synthetische replicatie. Een efficiëntere aanpak kan leiden tot minder afwijkingen van de index (een lagere tracking difference), wat het rendement verbetert, zelfs als de kosten hoger zijn.

Daarnaast spelen inkomsten uit securities lending een rol. Sommige ETF-aanbieders lenen effecten uit hun portefeuille en delen de opbrengsten met beleggers. Deze extra inkomsten kunnen de kosten gedeeltelijk of volledig compenseren, waardoor het netto rendement hoger uitvalt dan bij een ETF met lagere TER zonder deze inkomstenbron.

Ook factoren zoals dividendlekkage, belastingstructuur, fondsomvang en liquiditeit beïnvloeden prestaties. Een grotere ETF kan bijvoorbeeld efficiënter handelen en lagere transactiekosten hebben, wat de rendementen ondersteunt.

Conclusie

De conclusie is dat de TER slechts één onderdeel van het totale kostenplaatje is. Factoren zoals tracking difference, replicatiemethode, belastingstructuur en inkomsten uit securities lending kunnen het netto rendement aanzienlijk beïnvloeden. Wie ETF’s vergelijkt, doet er daarom goed aan om verder te kijken dan alleen het kostenpercentage uitgedrukt in de TER. De ‘goedkoopste’ ETF is namelijk niet altijd de beste keuze.


Sven Van Gasse is junior content creator bij LYNX. Hij specialiseert zich vooral in waardebeleggen met behulp van fundamentele analyse, al zijn ook groeiaandelen hem niet vreemd. Met een frisse blik en innovatieve benadering deelt hij zijn inzichten voor het vinden van ondergewaardeerde aandelen en het begrijpen van bedrijfsfundamenten. Sven probeert hiernaast complexe financiële begrippen haarfijn uit te leggen, waardoor zijn publicaties populair zijn bij een breed publiek vanwege hun toegankelijkheid en praktische benadering.

Stuur een bericht naar Sven van Gasse
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.