Luister naar de audioversie van dit artikel (gegenereerd door AI).
Beleggers beginnen vrijdag met een duidelijk defensiever sentiment. De belangrijkste beweging van de afgelopen 24 uur is niet dat Micron Technology sterke cijfers presenteerde, maar dat beleggers die meevaller juist aangrepen om elders binnen de technologiesector juist risico af te bouwen.
Beursnieuws Amerika
De Nasdaq Composite verloor donderdag 0,46% en sloot op 25.358,60 punten, de S&P 500 eindigde vrijwel vlak op 7.357,49 punten, terwijl de Dow Jones 0,14% steeg naar 51.920,62 punten. Daarmee was de Amerikaanse markt opvallend verdeeld: big tech drukte de Nasdaq, terwijl gezondheidszorg, financials en industrie de Dow ondersteunden.
De directe aanleiding lag bij kosteninflatie in de technologiesector. Apple verloor circa 6% nadat het prijsverhogingen voor MacBooks en iPads aankondigde, met als verklaring hogere componentkosten, waaronder chips en geheugen. Microsoft daalde meer dan 3% na hogere prijzen voor Xbox-consoles. Ook Alphabet en Meta sloten lager. De markt leest dit waarschijnlijk niet alleen als bedrijfsspecifiek nieuws, maar als een bredere waarschuwing. Als inputkosten voor hardware en AI-infrastructuur blijven stijgen, kunnen marges bij grote afnemers onder druk komen te staan.

Daartegenover stond juist kracht bij chip- en geheugennamen. Micron steeg bijna 16% na beter dan verwachte kwartaalcijfers, terwijl Qualcomm opliep na een verhoging van de vooruitzichten. Ook namen als Western Digital, Sandisk, KLA en Applied Materials profiteerden mee. De paradox is daarmee helder: stijgende geheugenprijzen zijn positief voor leveranciers, maar kunnen negatief uitpakken voor grote techbedrijven die deze componenten moeten inkopen. Dat verklaart waarom de markt nu onderscheid maakte tussen winnaars en verliezers binnen dezelfde waardeketen.
Macro-economisch bleef inflatie het tweede hoofdthema. De PCE-prijsindex, de favoriete inflatiemaatstaf van de Federal Reserve, steeg in mei met 0,4% op maandbasis en 4,1% op jaarbasis. De kern-PCE, exclusief voedsel en energie, liep op met 0,3% maand-op-maand en 3,4% jaar-op-jaar. Daarmee blijft de inflatie ruim boven de Fed-doelstelling van 2%, maar de cijfers waren grotendeels in lijn met de marktverwachtingen. Persoonlijke inkomens en bestedingen stegen beide met 0,7%, wat wijst op een consument die nog altijd bestedingsruimte heeft ondanks hogere prijzen.
Voor rentes betekende dit een gemengde interpretatie. De Amerikaanse tienjaarsrente daalde licht richting 4,40%, omdat de cijfers niet nog hoger uitvielen dan gevreesd. Tegelijk bevestigt de combinatie van hardnekkige inflatie, hogere energieprijzen en robuuste consumptie dat de Fed weinig ruimte heeft om snel soepeler te worden. De markt rekent daarom nog altijd op twee renteverhogingen later dit jaar. Dat is vooral relevant voor groeiaandelen, waar waarderingen gevoeliger zijn voor hogere discontovoeten. Aan de andere kant lijkt de situatie in Iran bijna opgelost en zijn de olieprijzen hard gedaald, wat de inflatiedruk later dit jaar kan doen verminderen.
Uitverkoop in Azië
In Azië versnelde de verkoopgolf vannacht fors. De Zuid-Koreaanse Kospi verloor op enig moment meer dan 8%, waarna de beurs tijdelijk werd stilgelegd. Samsung Electronics (-7,7%) en SK Hynix (-9,5%) daalden beide stevig, waarmee de chipzware samenstelling van de Koreaanse markt een nadeel werd. In Japan zakte de Nikkei 225 tot ongeveer 5%, met SoftBank als grootste blikvanger na een daling van bijna 13%. Ook Advantest en Tokyo Electron stonden onder druk. In Hongkong en China daalden technologie- en internetaandelen eveneens, waaronder Alibaba, Tencent, Baidu, Xiaomi en SMIC.
De Aziatische reactie laat zien dat de zorgen over AI-infrastructuur mondiaal worden geprijsd. De markt kijkt niet langer alleen naar omzetgroei uit AI, maar ook naar de kostenkant: geheugen, opslag, datacenterchips, energieverbruik en kapitaalinvesteringen. Dat maakt de sector kwetsbaarder voor winstnemingen, zeker na de sterke rally eerder dit jaar.

Europa opent lager
Europa sloot donderdag juist hoger. De Stoxx 600 won 0,8%, de FTSE 100 steeg 0,65%, de CAC 40 won 0,6% en de DAX liep 1% op. Healthcare en utilities trokken de markt omhoog, terwijl telecom achterbleef. Dat herstel was echter vóór de scherpere Aziatische verkoopgolf van vrijdagochtend. Voor de Europese opening ligt daarom vooral de vraag of defensieve sectoren opnieuw steun bieden, of dat de wereldwijde techdruk ook Europese halfgeleider- en softwarewaarden meesleept. Vooralsnog lijken onder andere de AEX en de DAX ongeveer 0,5% lager van start te gaan.
Ook grondstoffen vragen aandacht. Olieprijzen daalden vrijdagochtend, ondanks nieuwe spanningen rond Iran en de Straat van Hormuz. Brent noteerde rond 74 dollar per vat en WTI rond 70 à 72 dollar, terwijl beide contracten op weekbasis richting stevige verliezen gaan. Lagere olieprijzen kunnen enige verlichting geven voor inflatieverwachtingen, maar geopolitieke risico’s blijven aanwezig zolang de situatie rond Iran en scheepvaart in de regio onzeker is.
Voor vandaag richten beleggers zich op macro economische cijfers. Zo wordt er gekeken naar het Amerikaanse consumentenvertrouwen van de University of Michigan. De voorlopige cijfers wezen op een verbetering, maar het sentiment bleef zwak ten opzichte van eerder dit jaar en inflatieverwachtingen bleven verhoogd. Ook komen de voorlopige Amerikaanse groothandelsvoorraden naar buiten, relevant voor de inschatting van economische groei en voorraadopbouw.
Gebruikte bronnen:
https://www.cnbc.com/2026/06/26/strait-of-hormuz-vessel-attack-evacuation-pauses-iran-united-states-peace-deal-negotiation-.html
https://www.cnbc.com/2026/06/24/stock-market-today-live-updates.html
https://www.cnbc.com/2026/06/26/oil-falls-amid-resumption-of-strait-shipments-vessel-hit-near-oman.html
https://www.cnbc.com/2026/06/25/pce-inflation-report-may-2026-.html
