De nieuwe handelsweek begint met duidelijke nieuwe spanningen en onzekerheden rondom Iran. Amerikaanse futures noteerden in de vroege handel licht lager. Deze terughoudendheid volgt op een week waarin de S&P 500 ruim 2% steeg en de Nasdaq Composite meer dan 4% won. Beide indices boekten daarmee hun zesde opeenvolgende weekwinst, iets wat voor beide graadmeters sinds 2024 niet meer was gebeurd. De Dow won over de week 0,2% en noteerde zijn vijfde weekwinst in zes weken.
De omslag in sentiment kwam vooral door de oplopende olieprijs. President Donald Trump verwierp het meest recente Iraanse tegenvoorstel om de oorlog te beëindigen en noemde de reactie “totally unacceptable”. Iran had volgens het semi-officiële persbureau Tasnim aangedrongen op een einde aan de oorlog op alle fronten en op het opheffen van sancties. Tegelijkertijd temperde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu de hoop op snelle de-escalatie door te stellen dat de oorlog “not over” is en dat er nog werk te doen is rond nucleair materiaal, verrijkingslocaties, Iraanse proxies en ballistische raketten.
Luister en volg de LYNX Beleggerspodcast via Spotify of YouTube
Die combinatie zorgde direct voor hogere energieprijzen. WTI-olie voor levering in juni steeg met bijna 5% tot iets boven 100 dollar per vat, terwijl Brent voor juli circa 4,5% opliep tot ruim 105 dollar per vat. Daarmee blijft energie de belangrijkste macrovariabele voor beleggers. Hogere olieprijzen werken via brandstofkosten, transport, bedrijfswinsten en inflatieverwachtingen door in de markt. De vraag is niet alleen hoe lang de verstoring aanhoudt, maar ook of de Straat van Hormuz volledig en duurzaam kan heropenen. Citi gaf aan dat de risico’s voor olieprijzen nog altijd opwaarts zijn gericht, mede omdat Iran invloed houdt op timing en voorwaarden van een mogelijke heropening.
Toch bleef de Amerikaanse aandelenmarkt vorige week opvallend veerkrachtig. Vrijdag sloten de S&P 500 en Nasdaq zelfs op recordstanden na een sterker dan verwacht banenrapport. De Amerikaanse economie creëerde in april 115.000 banen, tegenover een verwachting van 55.000 volgens economen gepolst door Dow Jones. Dat cijfer ondersteunde het beeld dat de economie ondanks geopolitieke druk nog altijd voldoende momentum heeft. Tegelijkertijd maakt de stijging van olie de inflatievooruitzichten kwetsbaarder. Rick Rieder van BlackRock wees erop dat de economie mogelijk wat vertraagt door de oorlog en de olieschok, maar dat grotere structurele krachten de totale economie beter kunnen ondersteunen dan veel beleggers verwachten.

Binnen de Amerikaanse markt viel vrijdag vooral de kracht in technologie en halfgeleiders op. Er waren vooral brede winsten zichtbaar in de bekende chipnamen: Nvidia steeg 1,75%, Broadcom 4,23%, Micron 15,49%, AMD 11,44% en Intel 13,96%. Ook Apple won 2,05% en Tesla steeg 4,02%. Daartegenover stond druk op Microsoft, dat 1,34% verloor, en zwakte in delen van financials en energie. Banken als JPMorgan, Wells Fargo, Bank of America en Citigroup noteerden verliezen, terwijl Exxon Mobil 1,37% daalde ondanks de hogere olieprijs.
De focus in de Verenigde Staten verschuift deze week naar inflatiecijfers en nog een laatste reeks aan bedrijfsresultaten. De consumentenprijsindex en producentenprijsindex over april moeten duidelijk maken of de hogere energiekosten al doorwerken in bredere prijsdruk. Dat is relevant voor de Federal Reserve, omdat een nieuwe inflatieschok het pad naar renteverlagingen kan bemoeilijken. Daarnaast komen cijfers van onder meer Under Armour en Cisco. Vooral Cisco kan van belang zijn als graadmeter voor investeringen in AI netwerkinfrastructuur. Verder komen er veel volatiele namen als Rigetti, D-Wave, Hims & Hers en AST SpaceMobile. Ook grotere en bredere gevolgde bedrijven zoals Nebius, Alibaba, Applied Materials en Klarna komen met cijfers.
Azië toont gemend beeld
In Azië was het beeld gemengd, met Zuid-Korea als duidelijke uitschieter. De Kospi opende op een nieuw record en stond ruim 4,6% hoger, geholpen door sterke winsten in chipgerelateerde aandelen. SK Hynix steeg meer dan 10% en volgde daarmee de rally in Amerikaanse halfgeleiders. De Chinese Shanghai-index won 0,84% en de CSI 300 steeg 0,58%, terwijl Hongkong licht lager noteerde. Japan kende een volatieler verloop: de Nikkei verloor 0,37%, terwijl de Topix licht hoger stond. Nintendo daalde ruim 5% na berichten over hogere Switch 2-prijzen en verwachte druk op consoleverkopen. In India stond de Nifty 50 ruim 1% lager, mede door zorgen over de economische impact van hogere energieprijzen.
India is bijzonder kwetsbaar voor de olieschok. Het land importeert bijna 85% van zijn brandstofbehoefte en is voor een groot deel van olie, LNG en LPG afhankelijk van routes via de Straat van Hormuz. Premier Narendra Modi riep burgers op om brandstof te besparen, minder naar het buitenland te reizen en goudaankopen uit te stellen. Indiase juweliers en luchtvaartaandelen stonden onder druk; Titan verloor bijna 6% en IndiGo circa 2,8%.

Europa opent vlak
Europa lijkt de dag voorzichtig te openen. De FTSE wordt licht hoger verwacht, terwijl DAX en CAC 40 rond onveranderd worden gezien en de Italiaanse FTSE MIB licht lager. Er staan geen grote Europese macro- of bedrijfscijfers op de agenda, waardoor olie, geopolitiek en Amerikaanse futures vermoedelijk richtinggevend blijven.
Vooruitkijkend draait vandaag om drie thema’s: de olieprijs, de diplomatieke toon rond Iran en de positionering richting de Amerikaanse inflatiecijfers later deze week. Daarnaast kijken markten vooruit naar Trumps reis naar China en de geplande ontmoeting met president Xi Jinping. Op de agenda staan handel, technologie, zeldzame aardmetalen, Taiwan, Iran en kunstmatige intelligentie.
De uitkomst kan gevolgen hebben voor wereldwijde toeleveringsketens, vooral in auto’s, halfgeleiders en industriële technologie. Na zes sterke weken op Wall Street is de lat voor positief nieuws hoog, terwijl de gevoeligheid voor geopolitieke tegenvallers toeneemt.




