Dé 12 belangrijkste grafieken voor het beleggen in aandelen

Door Karel Mercx


Artikel laten voorlezen
Een grafiek zegt meer dan duizend woorden. Vandaag wil ik aan u vertellen wat mijn twaalf belangrijkste grafieken zijn voor het beleggen in aandelen. Dit is een combinatie van grafieken die op het huidige beursklimaat slaan en grafieken die de belegger wat leren over beleggen in het algemeen. Meerdere grafieken hebben een looptijd van tientallen jaren. Het mooie van een dergelijke lange looptijd is dat daardoor betrouwbare uitspraken mogelijk zijn met wat gaat volgen. De 12 grafieken staan in een willekeurige volgorde.

1. Centrale banken hebben geholpen om de beurskoersen hoger te zetten

In bovenstaande grafiek staat de S&P 500 sinds het dieptepunt van maart 2009. Dat was het moment dat de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (FED), begon met het verlengen van de balans. Populistisch gezegd: het bijdrukken van geld. Staat de S&P 500 in een kleur weergegeven, dan betekent het dat er een stimuleringspakket (Quantitative Easing of QE in vaktermen) aan de gang is. Staat de S&P 500 afgebeeld in het grijs, dan stimuleert de FED niet. Na het eerste deel van QE daalde de Amerikaanse S&P 500 in korte duur met 10%. Na het einde van QE deel twee ging de belangrijkste Amerikaanse index zelfs met 20% onderuit. De FED nam daarna geen enkel risico en heeft tot eind oktober 2014 de hele tijd gestimuleerd.

Het is opvallend dat na elke periode van QE de S&P 500 hoger stond. Was er geen stimulering, dan daalde de S&P 500. De FED is nu twee weken niet bezig met stimuleren. Ik kijk met spanning uit wat deze periode gaat brengen. Ik verwacht dat de lucht uit de koersen zal gaan lopen.

2. Beleggers kopen gretig verliesgevende beursgangen

Er blijkt een correlatie te zijn tussen de rendementen van aandelen en het aantal beursgangen van bedrijven dat verliesgevend is. Hoe groter het percentage verliesgevende beursgangen, hoe groter de kans is dat de rendementen van aandelen in de komende jaren zullen tegenvallen. Willen beleggers alleen meedoen met beursgangen van bedrijven die werkelijk winst maken, dan blijkt dat in de jaren daarna de aandelenrendementen bovengemiddeld goed zijn. Hoe kan dat?

Hoe groter de zeepbel, hoe zekerder beleggers zijn dat aandelen zullen stijgen. Private equity partijen maken gebruik van deze foute gedachte door bedrijven naar de beurs te brengen die geen winst maken. Het is opvallend dat het aantal verliesgevende beursgangen in 2014 weer net zo hoog is als in het extreme jaar 2000. Het is een gevaarlijke gedachte om te denken dat dit anders gaat aflopen dan alle andere keren dat beleggers zo graag verliesgevende beursgangen kochten. Een bekende uitspraak is namelijk dat de vier gevaarlijkste woorden met beleggen zijn: ‘this time its different. De les is eenvoudig: wanneer u te graag iets wilt hebben, dan is de kans groot dat u teveel betaalt.

3. Record aan beursgangen

Verliesgevende beursgangen hebben een grote correlatie met de totale beurswaarde van de beursgangen. Als private equity partijen het gevoel hebben dat beleggers zonder nadenken alles kopen wat los en vast zit, dan brengen zij zoveel mogelijk bedrijven naar de beurs. Private equity partijen hebben de keus om bedrijven te houden of om bedrijven naar de beurs te brengen. Zij staan erom bekend dat ze de slimste jongentjes van de klas zijn. Op de top van de markt, bijvoorbeeld het jaar 2000, brengen zij veel bedrijven naar de beurs. Zijn aandelen gehalveerd en krijgen zij dus weinig opbrengsten voor hun bedrijven, zoals bijvoorbeeld in 2003 of in 2009, dan brengen zij nauwelijks bedrijven naar de beurs.

De totale beurswaarde van alle beursgangen staat in 2014 op hetzelfde niveau als in het recordjaar 2000. Dit betekent niet dat 2014 de top van de markt is. Het kan namelijk altijd extremer, maar de belegger moet zich wel realiseren dat de beurs zonder twijfel eerder bij een top dan bij een bodem is. De belegger kan op verschillende manieren gebruik maken van deze grafiek. Een langetermijnbelegger kan besluiten om het percentage aandelen in de beleggersportefeuille uit te breiden wanneer er steeds minder beursgangen zijn. Een daytrader kan bijvoorbeeld de markt vanaf de short kant benaderen wanneer het aantal beursgangen op een record staat.

4. Aandelen bieden de beste bescherming tegen inflatie en deflatie

In bovenstaande grafiek staan de inflatie en de waarde van aandelen in Israël in de jaren zeventig en tachtig. De correlatie tussen beide grootheden is hoog. Hoe kan dit? Inflatie is niets anders dan het stijgen van de prijzen. Het stijgen van de prijzen zorgt ervoor dat ook de omzetten van bedrijven stijgen. Het gevolg hiervan is dat de aandelenkoersen ook omhoog gaan in tijden van inflatie. De omzet is weliswaar uitgedrukt in een valuta die zijn waarde heeft verloren, maar in termen van koopkracht valt het allemaal wel mee. Spaarders en obligatiebeleggers hebben in Israël hun vermogens zien verdampen. Aandelenbeleggers konden in 1987 dezelfde hoeveelheid spullen kopen als in 1980. De ontvangen dividenden zorgden ervoor dat hun koopkracht zelfs wat is toegenomen. Dit is zelfs beter dan goud dat alleen de koopkracht in stand houdt.

Dit zelfde voorbeeld is van toepassing op deflatie en alle andere economische omstandigheden die u kunt verzinnen. Het geld van een belegger is op lange termijn het veiligst in een breed gespreide aandelen ETF. Een verkeerde keus is een ETF die de Amsterdamse AEX volgt. U volgt te weinig aandelen, waarvan ook nog eens maar een paar aandelen verantwoordelijk zijn voor de grootste bewegingen van de index. Een betere keuze is een ETF die de MSCI World volgt.

5. Dividenden zullen de komende jaren omhoog gaan

Dividend aristocrats zijn dividendaandelen die minimaal 25 jaar achter elkaar het dividend hebben verhoogd. Vaak vragen beleggers zich af of dit wel een trend is die zal door gaan. Bovenstaande grafiek is het bewijs dat dit een trend is die nog heel lang door kan gaan. U ziet namelijk dat bij Amerikaanse aandelen de dividenden lager liggen dan de jaarlijkse winsten. Sinds 1950 zit er een grote veiligheidsmarge tussen. Dit betekent dat als de winsten door een recessie dalen er nog genoeg ruimte is om het dividend te verhogen. Dit vriendelijke beleid richting aandeelhouders zorgt ervoor dat ik meer fan ben van Amerikaanse aandelen dan van Europese aandelen. In Nederland is Unilever het enige aandeel dat jaarlijks op deze manier het dividend verhoogt.

Als dit soort dividendaandelen dalen, dan mag de vlag uit. Het betekent namelijk dat het toekomstige rendement omhoog gaat. Het zit namelijk zo. Noteert Unilever op € 33, dan kunt u van € 100 dividend drie nieuwe aandelen kopen. Daalt Unilever tot € 20, dan kunt van de dezelfde dividenduitkering vijf nieuwe aandelen kopen. Een koersdaling zorgt dus dat u meer aandelen verzamelt. Veilige dividendaandelen herstellen altijd. U doet met meer aandelen mee in het herstel, waardoor de koersdaling ervoor gezorgd heeft dat het totaalrendement omhoog gaat.

6. Marges op een record

In de bovenstaande grafiek ziet u wat de verhouding is tussen de winst en de omzet in het Amerikaanse beursgenoteerde bedrijfsleven. Dit is een financiële indicator die altijd naar het gemiddelde terugkeert. Als er van een dollar omzet steeds meer winst overblijft, terwijl de competitie niet toeneemt, dan is het kapitalisme overleden. De huidige winstmarge is ruim 11%, terwijl het gemiddelde sinds 1947 op 6% ligt. Mochten de Amerikaanse winstmarges richting het langetermijngemiddelde gaan, dan krijgen de Amerikaanse winsten een enorme dreun te verwerken. Sommige commentatoren geven aan dat de winstmarges van mondiale bedrijven hoog zullen blijven. De oorzaken zijn goedkoop produceren en de hele wereld als afzetmarkt. Ik geloof er niet in. Als alle bedrijven eenvoudig geld verdienen, dan zullen zij steeds verder uitbreiden waardoor ze in het vaarwater van andere bedrijven komen. Denk bijvoorbeeld aan Amazon en Alibaba die elkaar in de toekomst zullen gaan beconcurreren. De winstmarges komen dan zeker onder druk te staan.

U zult zich misschien afvragen waarom ik zoveel Amerikaanse data gebruik. De hoofdreden hiervoor is dat Amerikaanse data vrijuit beschikbaar is. Wanneer bent u voor het laatst data van Nederlandse aandelen tegengekomen van vóór het AEX-tijdperk? Het is daardoor betrouwbaarder om een analyse te doen over de Amerikaanse aandelenmarkt dan een andere markt.

7. Beleggen met geleend geld staat op een record

Net als het aantal beursgangen en het percentage verliesgevende beursgangen is beleggen met geleend geld een indicator voor het sentiment onder beleggers. Beleggen met geleend geld staat op een all time high. Dit zijn allemaal tekenen dat de huidige rally erg geliefd is. Beleggers noemen het huidige beursklimaat TINA (‘There Is No alternative). Centrale banken hebben immers de rente omlaag gebracht, waardoor beleggers denken dat de categorie aandelen de enige beleggingscategorie is die wat oplevert. Ik wil u er op wijzen dat wanneer beleggers denken dat een trend overduidelijk omhoog is, dan het einde vaak nabij is. Denk aan het jaar 2000 toen beleggers massaal dachten dat er door het internet nooit meer recessies zouden komen. In het verleden vielen toppen altijd in de markt samen met all time highs in het beleggen met geleend geld. Na 2000 en 2007 kwam de aandelen ongecontroleerd naar beneden. Dit komt omdat beleggers op de top van de markt maximaal met geleend geld beleggen. Dan dalen aandelen een beetje. De belegger heeft te weinig onderpand op zijn rekening staan. Hij is verplicht om te verkopen, waardoor aandelen verder dalen. De daling op de beurs zorgt ervoor dat beleggers minder kunnen lenen op de huidige portefeuille. Dit is een sneeuwbal die steeds sneller begint te rollen. Het is daarom interessant om het bedrag in de gaten te houden waarmee beleggers beleggen met geleend geld.

8. Waarderingen

Bovenstaande grafiek komt van fondsbeheerder John Hussman. Hij houdt meerdere indicatoren bij. Al deze indicatoren geven aan dat de Amerikaanse beurs bezig is met een zeepbel te creëren die bijna net zo groot is als de zeepbel in het jaar 2000. De indicatoren werken allemaal onafhankelijk van elkaar. Wat heeft de verhouding tussen de koers en omzet te maken met de verhouding beurswaarde en BNP? Hussman geeft aan dat als al deze onafhankelijk indicatoren aangeven dat er een zeepbel is, dat er ook een zeepbel op de beurzen is. De enige adder onder het gras is dat zijn indicatoren vijf à tien jaar nodig hebben om tot uiting te komen. Aandelen kunnen immers nog jaren in prijs stijgen, terwijl ze al duur zijn. Het is volgens Hussman wel zo dat hoe duurder aandelen worden, hoe groter de correctie zal zijn.

Het zal u niet verbazen dat de populariteit van Hussman de afgelopen tijd flink gedaald is. Dit is juist een reden om hem te volgen. De populairste analisten zijn de analisten die vertellen wat de massa wil horen. De massa wil alleen horen dat de trend van de afgelopen jaren doorzet. Hussman werd op de bodem van de markt in 2009 enthousiaster. Zijn volgers waren het niet met hem eens en dachten dat de beurzen nog veel dieper het ravijn in zouden gaan. Mijn advies is om de onpopulaire mensen te volgen.

9. Target2

Target2 is het Europese betalingssysteem. Dit systeem is ontworpen om het betalingsverkeer in Europa soepeler te laten verlopen. Als een persoon in Italië geld overmaakt naar een persoon in Duitsland, dan ziet de persoon in Duitsland meteen geld op zijn rekening verschijnen, maar het geld is er nog niet. Het is voorgeschoten door de bank waar de Duitse klant bankiert. De Duitse bank kan meteen het geld ophalen bij de Duitse centrale bank. De Duitse centrale bank kan dit geld weer ophalen bij de Europese centrale bank. Zij halen dit weer op bij de Italiaanse centrale bank. En zij bij de bank van de verzender van het geld.

De financiële crisis was de eerste keer dat het spaak liep bij nationale centrale banken: zij konden het geld niet ophalen bij de banken. Dit ging vooral ten koste van Duitsland. Onze oosterburen hadden steeds meer geld tegoed van de ECB. De eurocrisis zorgde dat dit opliep tot bijna 800 miljoen euro. De afgelopen jaren is dit gedaald, maar het is nog steeds flink hoger dan voor de financiële crisis. Zolang de rekeningen niet volledig betaald worden, is de eurocrisis nog aan de gang. Sinds een aantal maanden loopt het bedrag dat de Duitsers nog moeten krijgen weer op. Het is treurig om te zien dat Europa niet zijn best doet met het hervormen van de eurozone. Bij de volgende recessie in de eurozone loopt het daardoor weer net zo uit de hand als de vorige keer.

10. Aandeleninkoop

Ik vind de manier waarop bedrijven hun eigen aandelen inkopen één van de grootste kapitaalvernietigingen die er zijn. Op de top van de markt in 2007 kopen bedrijven massaal eigen aandelen in. De aandelenmarkt halveert. Dit betekent dat ze voor het geld dubbel zo veel aandelen hadden kunnen inkopen. Dit is niet het enige: het merendeel van de bedrijven stopt ook met inkopen van eigen aandelen. Dit is niet eerste keer dat zoiets voorkomt. Op de vorige top van de markt hadden bedrijven dit grapje al een keer uitgehaald. Sinds 2009 is de S&P 500 met ruim 200% gestegen. Het gevolg is dat bedrijven weer voor extreem grote bedragen eigen aandelen inkopen. Dit is de zoveelste grafiek die correspondeert met een top in de aandelenmarkt.

11. Q-ratio

De Q-ratio is één van mijn favoriete indicatoren om de aandelenmarkt te waarderen. De Q-ratio kijkt naar de verhouding tussen de prijs van een bedrijf op de beurs en de prijs die het kost om een bedrijf vanaf de grond af aan op te bouwen. Is zelf opbouwen goedkoper, dan zijn aandelen duur. Zijn aandelen op de beurs goedkoper dan opnieuw opbouwen, dan is de beurs goedkoop. Het mooie van deze indicator is dat hij nog nooit een verkeerd rendement heeft voorspeld. Aandelenrendementen vielen zwaar tegen toen de Q-ratio hoog was. Kijk maar naar de jaren 1906, 1919, 1929, 1966 en 2000. De Amerikaanse beurs is de leidende en bepalende beurs op de wereld. Elke keer dat Amerikaanse aandelen met tientallen procenten naar beneden gingen, gingen de beurzen van Europa net zo hard naar beneden.

12. Steeds meer aandelen zakken door het 200-daags gemiddelde heen

De S&P 500 bereikt constant nieuwe all time highs, maar de brede markt is al sinds het begin van 2013 aan het verzwakken. In bovenstaande grafiek staat het aantal aandelen dat genoteerd staat op de beurs van New York dat boven het 200-daags gemiddelde noteert. Dit betekent dat bij de records aan het begin van 2013 80% van de duizenden aandelen die in New York genoteerd staan in een stijgende trend zat. Nu is het er nog maar 45%. Dit betekent dat de markt steeds minder locomotieven voor de trein heeft zitten.

Dit patroon komt bij toppen in de markt regelmatig voor. In het jaar 2000 waren het de kleine aandelen en de technologieaandelen die al maanden aan het dalen waren terwijl de S&P 500 record na record wist neer te zetten. In het jaar 2007 was hetzelfde aan de hand, maar dan met de kleine aandelen en de financiële bedrijven die duidelijk in een neerwaartse trend zaten.

Beleggers gaan van hebzucht naar angst en weer terug. Beleggers reageren altijd op dezelfde manier op hun emoties. Ik raad daarom iedereen aan om de patronen uit het verleden te bestuderen. Past u vooral op wanneer u denkt dat dingen anders gaan lopen dan in het verleden. Het merendeel van beleggers die zo dachten zijn van een koude kermis thuis gekomen.

De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.