China is het nieuwe zorgenkind

Chinese vlagChina lijkt Griekenland te hebben afgelost aan de top van de lijst van landen met de grootste economische moeilijkheden. Het land heeft zijn munt drie dagen na elkaar gedevalueerd. Toch zijn hun problemen niet vergelijkbaar.

China probeert met de muntontwaarding zijn bedrijven te helpen. Een goedkopere munt maakt het voor exporteurs makkelijker om te concurreren in het buitenland. Tegelijk maakt het ingevoerde goederen duurder.

De munt van China is overigens de renminbi. Een eenheid van die munt heet de yuan. Die bestaat dat uit tien jiao, waarna de jiao nog eens kan worden onderverdeeld in tien fen, al worden die kleinste munteenheden in de praktijk zelden gebruikt.

Voordeel wordt een nadeel

De koers van de renminbi/yuan is gekoppeld aan de dollar. Jarenlang had die strategie succes. Het vermeed immers dat de Chinese munt zou stijgen tegenover de Amerikaanse. Anders zou de uitvoer naar de VS worden bemoeilijkt.

De jongste tijd speelde de binding van de renminbi aan de dollar echter in het nadeel van China. De stijging van de Amerikaanse munt tegenover onder meer de euro en de yen maakte ook de Chinese munt duurder tegenover die valuta, wat de internationale concurrentiekracht van de Chinese bedrijven onder druk zette.

Niet verwonderlijk dus dat de Chinese bedrijven het lastiger kregen op de internationale markten. In juli lag de export dan ook 8,3% lager dan in dezelfde maand van 2014. Die terugval was aanzienlijk groter dan de daling met 1,5% die werd verwacht.

De daling van de export zorgde er ook voor dat China nog meer zijn economische groei bij de lokale consument dient te halen. En dat is geen evidentie. De vastgoedcrisis heeft de waarde van de huizen er al onder druk gezet en de recente zware terugval van de beurzen deed het vermogen van veel Chinezen ook al geen deugd. En wie wel koopkrachtig genoeg is, besteedt zijn centen graag aan de aankoop van buitenlandse luxeproducten.

Zwakste groei in kwarteeuw

Hoewel de Chinese economie tijdens de eerste twee kwartalen van 2015 nog telkens met 7% groeide, leek het door de recente ontwikkelingen moeilijk te worden om dat tempo aan te houden voor het volledige jaar. Andere landen zouden nochtans jaloers zijn van de cijfers die China desondanks haalt, het gaat niettemin om de minst goede resultaten in een kwarteeuw.

En dus greep de Chinese overheid in. Drie dagen naeen werd de spilkoers tegenover de dollar verlaagd. Dinsdag gebeurde dat met 1,9%, woensdag met 1,6% en donderdag met 1,1%. Officieel ging het overigens niet om een devaluatie, maar om een herberekening.

Voor de Chinese overheid huldigt de ingreep trouwens een hoger doel. Ze moet de positie van het land op het wereldwijde economisch schaakbord versterken.

Slachtoffers van de devaluatie zijn vooral de landen die uitvoeren naar de Volksrepubliek. Vooral voor Japan dreigt de melk zuur te worden. 19% van de export van dat land gaat naar China. Van de Amerikaanse export heeft 9,3% China als bestemming, van die van Duitsland is dat 6,4%, al gaat het in dit laatste geval vooral om investeringsgoederen.

Devaluatie mag niet te diep gaan

De Chinese centrale bank heeft echter al laten weten dat ze niet eindeloos zal doorgaan met het ontwaarden van de renminbi. Ze wil vermijden dat het vertrouwen van de investeerders wegebt en veel buitenlands kapitaal wordt teruggetrokken, wat de groeiambities voor de economie nog mee in het gedrang zou brengen. Bovendien hebben Chinese bedrijven voor meer dan 665 miljard aan schulden in dollar. Een te sterke stijging van de dollarkoers zou de afbetaling ervan fors moeilijker maken.

De vraag is dan ook of het goedkoper maken van de Chinese munt het gewenste effect zal hebben. Eenvoudig zal het immers niet zijn. De prijs van de meeste grondstoffen wordt in dollar bepaald. De invoer ervan in China zal dus duurder worden, wat het voordeel van de ingreep al deels wegveegt.

De toestand duidt niettemin aan dat niet alleen in een vrijemarkteconomie de evolutie vaak met horten en stoten gaat, in een staatseconomie is dat niet anders.

Johan Van Geyte is freelance financieel journalist. Zijn blogs zijn te volgen op onze website en via onze Twitterpagina.

De informatie in deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en geldt niet als aanbeveling tot het doen van enige belegging. De auteur heeft geen positie in één van voornoemde financiële instrumenten.

Meer: